voortdurende

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • voort·du·ren·de

Bijvoeglijk naamwoord

voortdurende

  1. verbogen vorm van de stellende trap van voortdurend

Werkwoord

vervoeging van
voortduren

voortdurende

  1. verbogen vorm van het onvoltooid deelwoord van voortduren