voorkomend

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • voor·ko·mend
stellend vergrotend overtreffend
onverbogen voorkomend voorkomender voorkomendst
verbogen voorkomende voorkomendere voorkomendste
partitief voorkomends voorkomenders -

Bijvoeglijk naamwoord

voorkomend

  1. hoffelijk, vriendelijk
  2. gebeurend, zich voordoend

Werkwoord

vervoeging van
voorkomen

voorkomend

  1. onvoltooid deelwoord van voorkomen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders
99 % van de Vlamingen.