vloedlijn

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

strand met vloedlijnen
Uitspraak
Woordafbreking
  • vloed·lijn
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord vloedlijn vloedlijnen
verkleinwoord vloedlijntje vloedlijntjes

Zelfstandig naamwoord

vloedlijn v/m [1]

  1. (aardrijkskunde) door aangespoeld materiaal gevormde lijn die het verste bereik van vloed aangeeft
    • Gistermiddag om een uur of vijf liepen mijn vriendin en ik, beiden tachtigers, heerlijk langs de vloedlijn bij de Wassenaarse Slag.[2] 
    • Een schoonmaker van een strandtent in Scheveningen geloofde gistermorgen zijn ogen niet toen hij op de vloedlijn een dode krokodil zag liggen.[3] 
Synoniemen
Vertalingen

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders;
99 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen

  1. Woordenboek der Nederlandsche taal (1864-2001).
  2. NRC 14 augustus 2017
  3. NRC 7 juli 2009