viel flauw

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • viel flauw
Woordherkomst en -opbouw

Werkwoord

vervoeging van
flauwvallen

viel flauw

  1. enkelvoud verleden tijd van flauwvallen
    • Ik viel flauw. 
    • Jij viel flauw. 
    • Hij, zij, het viel flauw. 


Gangbaarheid