viel aan
Uiterlijk
- viel aan
| vervoeging van |
|---|
| aanvallen |
viel aan
- enkelvoud verleden tijd van aanvallen
- Ik viel aan.
- Jij viel aan.
- Hij, zij, het viel aan.
- Ik viel aan.
- Het woord viel aan staat in de Woordenlijst Nederlandse Taal van de Nederlandse Taalunie.