vicegouverneur

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen


Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • vi·ce·gou·ver·neur
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord vicegouverneur vicegouverneurs
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

vicegouverneur m [1]

  1. (beroep) iemand die de gouverneur kan vervangen als die afwezig is
     De democratiseringsorganisaties werden opgeheven, de liberale vicegouverneur Nelli Kretsjetova, wier dochter de lokale afdelingen van die organisaties leidde, werd op last van het Kremlin uit haar functie gezet.[2]
     De hoofdverantwoordelijke voor het financiële schandaal is in 2016 veroordeeld voor fraude en vervalsing van documenten. Ze kreeg drie jaar gevangenisstraf, waarvan twee jaar voorwaardelijk. Het schandaal leidde tot het aftreden van een vicegouverneur en vervroegde verkiezingen.[3]


Gangbaarheid


Verwijzingen

  1. Woordenboek der Nederlandsche taal (1864-2001).
  2. Michel Krielaars op Wikipedia “Het brilletje van Tsjechov : reizen door Rusland” (2014), Atlas Contact op Wikipedia, ISBN 9789045024875
  3. Bronlink geraadpleegd op 25 april 2022 Weblink bron “Brusselse miljoenenboete voor Oostenrijk om gesjoemel met gegevens” (28-05-2018), NOS