vestige

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ves·ti·ge

Werkwoord

vervoeging van
vestigen

vestige

  1. aanvoegende wijs van vestigen


Engels

enkelvoud meervoud
vestige vestiges

Zelfstandig naamwoord

vestige

  1. spoor, overblijfsel, restant
  2. rudiment