verzwelgen

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ver·zwel·gen
Woordherkomst en -opbouw
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
verzwelgen
verzwolg
verzwolgen
klasse 3 volledig

Werkwoord

verzwelgen

  1. overgankelijk in zijn geheel opslokken
    • De woedende oceaan verzwolg menig schip. 

Gangbaarheid

96 % van de Nederlanders;
91 % van de Vlamingen.[1]

Verwijzingen

  1. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be