verweken

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ver·we·ken
Woordherkomst en -opbouw
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
verweken
verweekte
verweekt
zwak -t volledig

Werkwoord

verweken

  1. ergatief geleidelijk zachter worden
    • De hoorn van de hoeven was geheel verweekt; mogelijk was blootstelling aan ammonia daar de oorzaak van. 
  2. overgankelijk zachter maken
    • Voor Plato had muziek een morele betekenis: terwijl sommige typen muziek de mensen verweekten en tot slappelingen maakten, vormde de juiste muziek hen tot sterke karakters. 

Gangbaarheid

90 % van de Nederlanders;
85 % van de Vlamingen.