vervlogen

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ver·vlo·gen
Woordherkomst en -opbouw

Werkwoord

vervoeging van
vervliegen

vervlogen

  1. meervoud verleden tijd van vervliegen
    • Wij vervlogen. 
    • Jullie vervlogen. 
    • Zij vervlogen. 
  2. voltooid deelwoord van vervliegen
vervoeging van
vervlechten

vervlogen

  1. meervoud verleden tijd van vervlechten
    • Wij vervlogen. 
    • Jullie vervlogen. 
    • Zij vervlogen. 

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders;
99 % van de Vlamingen.