vermissen

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen


Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ver·mis·sen
Woordherkomst en -opbouw

Werkwoord

vermissen [1]

stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
vermissen
vermiste
vermist
zwak -t volledig
  1. niet meer weten waar iets of iemand gebleven is
    • Ongeveer 25 politieagenten, geassisteerd door medewerkers van een dierentuin, zijn naar het dier op jacht. Gisteravond waren er bovendien twee helikopters in de lucht. De zoektocht zou vannacht doorgaan. Mogelijk is het dier eigendom van een particulier. De enige dierentuin in de omgeving en een rondtrekkend circus lieten desgevraagd weten geen leeuw te vermissen. Het circus zegt geen leeuwen te hebben. De dierentuin leende de politie wel enkele experts met verdovingsgeweren. [2] 
    • Vanuit Katwijk kwamen vier meldingen van vermiste kinderen, aldus Van Mourik. „We spreken van vermissen als kinderen langer weg zijn dan een half uur. Inmiddels zijn ze weer terecht.” [3] 
Synoniemen
Afgeleide begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

91 % van de Nederlanders;
57 % van de Vlamingen.

Verwijzingen