verloving
Uiterlijk
- ver·lo·ving
- Naamwoord van handeling van verloven met het achtervoegsel -ing
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | verloving | verlovingen |
| verkleinwoord | verlovinkje | verlovinkjes |
de verloving v
- het verloven
- De verloving geschiedde op het gemeentehuis.
- het verloofd zijn
- ▸ Op zijn ziekbed vertelde hij een familielid van zijn jeugdliefde Regine Olsen, met wie hij de verloving veertien jaar eerder had verbroken.[1]
- ▸ 'Hoelang is deze ' Ze zoekt naar het juiste woord, want ze krijgt het niet over haar lippen om dit een verkering of een echte verloving te noemen.[2]
- Zij hadden een verloving in de drie jaar voorafgaand aan het huwelijk.
- Het woord verloving staat in de Woordenlijst Nederlandse Taal van de Nederlandse Taalunie.
- In onderzoek uit 2013 van het Centrum voor Leesonderzoek werd "verloving" herkend door:
| 100 % | van de Nederlanders; |
| 99 % | van de Vlamingen.[3] |
- Zie Wikipedia voor meer informatie.
- ↑ Daan Bronkhorst“Kierkegaard” (2020), Athenaeum - Polak & Van Gennep
, ISBN 9789025313562 - ↑ Jessie Burton vert. Mieke Trouw-Luyckx“Het huis aan de Herengracht” (2022), Luitingh-Sijthoff
, ISBN 9789024586332 - ↑
Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be