verloten

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ver·lo·ten
Woordherkomst en -opbouw
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
verloten
verlootte
verloot
zwak -t volledig

Werkwoord

verloten

  1. overgankelijk door middel van het lot aan een willekeurig iemand toekennen
    • Er werden drie tabletten verloot. 
Afgeleide begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders
98 % van de Vlamingen.