verliggen

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ver·lig·gen
Woordherkomst en -opbouw
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
verliggen
verlag
verlegen
klasse 5 volledig

Werkwoord

verliggen [1]

  1. even anders gaan liggen

Gangbaarheid

90 % van de Nederlanders;
47 % van de Vlamingen.[2]

Verwijzingen