verhuren

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Jump to search

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ver·hu·ren
Woordherkomst en -opbouw
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
verhuren
verhuurde
verhuurd
zwak -d volledig

Werkwoord

verhuren

  1. overgankelijk tegen betaling tijdelijk gebruik van iets toestaan
    • Dit huis wordt verhuurd. 
Afgeleide begrippen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders
99 % van de Vlamingen.