verhuurde

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ver·huur·de

Werkwoord

vervoeging van
verhuren

verhuurde

  1. enkelvoud verleden tijd van verhuren
    • Ik verhuurde. 
    • Jij verhuurde. 
    • Hij, zij, het verhuurde. 
  2. verbogen vorm van verhuurd, voltooid deelwoord van verhuren