verfoeisel

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ver·foei·sel
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord verfoeisel verfoesels
verfoeiselen
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

verfoeisel o [1]

  1. wat afschuw oproept, wat mensen verfoeien


Gangbaarheid

Verwijzingen


Afrikaans

Woordafbreking
  • ver·foei·sel
enkelvoud meervoud
naamwoord verfoeisel verfoeisels

Zelfstandig naamwoord

verfoeisel

  1. verfoeisel
    «Slange is vir baie 'n verfoeisel
    Slangen boezemen velen afschuw in.