verdoofd

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ver·doofd
Woordherkomst en -opbouw
  • vervoeging van verdoven: de stam met de uitgang -d, zonder ge- vanwege voorvoegsel
stellend vergrotend overtreffend
onverbogen verdoofd verdoofder verdoofdst
verbogen verdoofde verdoofdere verdoofdste
partitief verdoofds verdoofders -

Bijvoeglijk naamwoord

verdoofd [1]

  1. min of meer versuft, bedwelmd of gevoelloos, moeilijk voor gewaarwordingen vatbaar
Afgeleide begrippen
Vertalingen

Werkwoord

vervoeging van
verdoven

verdoofd

  1. voltooid deelwoord van verdoven

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders
99 % van de Vlamingen.

Verwijzingen