gevoelloos

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ge·voel·loos
Woordherkomst en -opbouw
stellend vergrotend overtreffend
onverbogen gevoelloos gevoellozer gevoelloost
verbogen gevoelloze gevoellozere gevoellooste
partitief gevoelloos gevoellozers -

Bijvoeglijk naamwoord

gevoelloos

  1. zonder gevoel
    • Mannen zijn vaak een stuk gevoelozer dan al die overgevoelige vrouwen. 
    • Hij had last van dode, gevoelloze vingers. 
Synoniemen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders
99 % van de Vlamingen.