veralgemeniseren

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ver·al·ge·me·ni·se·ren
Woordherkomst en -opbouw
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
veralgemeniseren
veralgemeniseerde
veralgemeniseerd
zwak -d volledig

Werkwoord

veralgemeniseren [1]

  1. overgankelijk algemeen maken, veralgemenen
Afgeleide begrippen

Gangbaarheid

87 % van de Nederlanders;
51 % van de Vlamingen.

Verwijzingen