vastgelegd

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • vast·ge·legd
Woordherkomst en -opbouw

Werkwoord

vervoeging van
vastleggen

vastgelegd

  1. voltooid deelwoord van vastleggen
stellend
onverbogen vastgelegd
verbogen vastgelegde
partitief vastgelegds

Bijvoeglijk naamwoord

vastgelegd

  1. onveranderlijk bepaald

Gangbaarheid

Verwijzingen

  1. Troonrede 2016