vangbal

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

vangbal
Uitspraak
Woordafbreking
  • vang·bal
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord vangbal vangballen
verkleinwoord vangballetje vangballetjes

Zelfstandig naamwoord

vangbal m

  1. (sport) (honkbal/softbal/criket) een bal die gevangen wordt door de tegenpartij voordat hij de grond geraakt heeft
    • Oranje-International Kenley Jansen mocht als afsluitende werper van Los Angeles de partij uitgooien. Met één slagman uitgegooid en twee vangballen stelden de Dodgers de eerste zege veilig.[1] 
    • Boucher, die een pet droeg in plaats van een helm, was het werkelijke slachtoffer. De 35-jarige routinier, die 147 testwedstrijden speelde en meer dan 500 vangballen maakte, viel op de grond en werd met een bebloed gezicht naar een ziekenhuis gebracht.[2] 


Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders;
92 % van de Vlamingen.

Verwijzingen

  1. de Telegraaf 25 okt. 2017 Dodgers met Kenley op voorsprong in World Series
  2. de Telegraaf 08 nov. 2012 VIDEO Houtje nekt cricketer