valbrug

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • val·brug
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord valbrug valbruggen
verkleinwoord valbrugje valbrugjes

Zelfstandig naamwoord

valbrug v/m

  1. een beweegbare brug waarbij deze om de y-as roterend naar beneden gelaten wordt of wordt opgehaald
    • De valbrug van het kasteel was neergelaten toen de koning arriveerde. 

Gangbaarheid

92 % van de Nederlanders;
95 % van de Vlamingen.

Meer informatie