vakantieoord

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • va·kan·tie·oord
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord vakantieoord vakantieoorden
verkleinwoord vakantieoordje vakantieoordjes

Zelfstandig naamwoord

vakantieoord o

  1. een verblijf waar men vakantie kan houden
    • Een vakantieoord noemt men ook wel resort om het meer alure teven zoals bijvoorbeeld Themepark & Resort Slagharen. 

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders
100 % van de Vlamingen.

Meer informatie