uitzieken

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • uit·zie·ken
Woordherkomst en -opbouw
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
uitzieken
ziekte uit
uitgeziekt
zwak -t volledig

Werkwoord

uitzieken [1]

  1. (medisch) onovergankelijk een ziekte geheel tot volledige genezing verwerken

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders;
99 % van de Vlamingen.

Verwijzingen