uitwijzing

Uit WikiWoordenboek


Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • uit·wij·zing
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord uitwijzing uitwijzingen
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

uitwijzing v [1]

  1. het dwingend verwijderen van iemand uit een land
     Een drugsveroordeling zou automatisch worden gekoppeld aan een gerechtelijk bevel over uitwijzing uit het rijk na de tenuitvoerlegging van de straf.[2]
     Rusland reageert met de nieuwste maatregelen op de uitwijzing van acht medewerkers van de Russische missie door de Navo, bijna twee weken geleden. De Navo bracht het aantal Russen dat op het hoofdkwartier in Brussel mocht werken toen ook terug. Rusland nam destijds ook al meteen maatregelen tegen de Navo-missie in Moskou.[3]
Synoniemen
Afgeleide begrippen


Gangbaarheid

Meer informatie

Verwijzingen

  1. Woordenboek der Nederlandsche taal (1864-2001).
  2. Jan Guillou (vert. Bart Kraamer)
    “1968, De grote eeuw deel 7” (2017), Uitgeverij Prometheus, ISBN 9789044633535
  3. Bronlink geraadpleegd op 14 september 2022 Weblink bron “Rusland sluit eigen missie bij Navo, contact nauwelijks zo beroerd sinds Koude Oorlog” (18-10-2021), Tubantia