uitsluitend

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • uit·slui·tend
stellend
onverbogen uitsluitend
verbogen uitsluitende
partitief uitsluitends

Bijvoeglijk naamwoord

uitsluitend

  1. geen ruimte voor andere mogelijkheden latend
    • Hij heeft uitsluitende bevoegdheid daartoe. 
Vertalingen

Werkwoord

vervoeging van
uitsluiten

uitsluitend

  1. onvoltooid deelwoord van uitsluiten

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders;
100 % van de Vlamingen.