uithollen

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • uit·hol·len
Woordherkomst en -opbouw
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
uithollen
holde uit
uitgehold
zwak -d volledig

Werkwoord

uithollen

  1. het binnenste weghalen
  2. (figuurlijk) het wezenlijke wegnemen van
Verwante begrippen
Afgeleide begrippen
Vertalingen