hollen

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • hol·len
Woordherkomst en -opbouw
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
hollen
holde
gehold
zwak -d volledig

Werkwoord

hollen [2] [3]

  1. ergatief zeer snel lopen (gericht)
    Hij is snel naar huis gehold.
  2. inergatief zeer snel lopen (ongericht)
    Hij heeft het hele stuk gehold.
  3. hol maken, uithollen [4]
Synoniemen
Verwante begrippen
Hyponiemen
Vertalingen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders
99 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen

  1. etymologiebank.nl
  2. Woordenboek der Nederlandse taal
  3. Woordenboek der Nederlandse taal
  4. Woordenboek der Nederlandse taal