uitgaand

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • uit·gaand

Deelwoord

deelwoord
onverbogen uitgaand
verbogen uitgaande
vervoeging van
uitgaan

uitgaand onvoltooid deelwoord van uitgaan

  1. attributief gebruikt
    • Binnenkomend en uitgaand materiaal wordt systematisch bijgehouden. 
    • De gemeente gaat overlast die uitgaande jeugd veroorzaken aanpakken. 
  2. bijwoordelijk gebruikt
    • Ervan uitgaande dat het weer goed blijft, zal de lancering doorgaan. 
    • Uitgaand van dat aantal gasten, hebben we meer drank nodig. 

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders
99 % van de Vlamingen.