tuberculeus

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • tu·ber·cu·leus
stellend vergrotend overtreffend
onverbogen tuberculeus tuberculeuzer tuberculeust
verbogen tuberculeuze tuberculeuzere tuberculeuste
partitief tuberculeus tuberculeuzers -

Bijvoeglijk naamwoord

tuberculeus

  1. (medisch) met betrekking tot tuberculose
    • Een ontsteking aan het baarmoederslijmvlies ten gevolge van een tuberculeuze infectie heet tuberculeuze endometritis.[1] 
Verwante begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

78 % van de Nederlanders
69 % van de Vlamingen.

Verwijzingen

  1. [1]