troglodiet

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

monument voor troglodieten
Uitspraak
Woordafbreking
  • trog·lo·diet
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord troglodiet troglodieten
verkleinwoord troglodietje troglodietjes

Zelfstandig naamwoord

troglodiet m

  1. een mens die in grotten (of holen) leeft
    • Troglodieten woonden in grotten. 
  2. (pejoratief) een dom, bruut persoon
    • Wat is hij een ongelofelijke troglodiet. 
Synoniemen

Gangbaarheid

29 % van de Nederlanders;
44 % van de Vlamingen.[1]

Meer informatie

Verwijzingen

  1. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be