triceps

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • tri·ceps
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord triceps tricepsen
verkleinwoord tricepsje tricepsjes

Zelfstandig naamwoord

triceps m

  1. (anatomie) de grote driehoofdige spier aan de achterzijde van de bovenarm
    • Deze oefening is goed voor je triceps. 
Synoniemen
Vertalingen

Meer informatie

Verwijzingen

  1. etymologiebank.nl