trekpleister

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • trek·pleis·ter
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord trekpleister trekpleisters
verkleinwoord trekpleistertje trekpleistertjes

Zelfstandig naamwoord

trekpleister v/m

  1. een locatie, zoals een museum of een pretpark, die een bijzondere aantrekkingskracht uitoefent op groepen mensen, vooral toeristen
    • Omdat alle toeristen naar dezelfde trekpleisters gaan is het daar altijd vreselijk druk. 

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders;
99 % van de Vlamingen.

Meer informatie