transseksueel

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • trans·sek·su·eel
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord transseksueel transseksuelen
verkleinwoord - -

Zelfstandig naamwoord

transseksueel m

  1. (seksualiteit) iemand die het gevoel heeft tot de andere sekse te behoren en die een geslachtsverandering verlangd of ondergaan heeft
stellend vergrotend overtreffend
onverbogen transseksueel transseksueler transseksueelst
verbogen transseksuele transseksuelere transseksueelste
partitief transseksueels transseksuelers -

Bijvoeglijk naamwoord

transseksueel

  1. de geaardheid hebben van een transseksueel
Verwante begrippen

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders
99 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen

  1. etymologiebank.nl