trance

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • tran·ce
Woordherkomst en -opbouw
  • Leenwoord uit het Engels, in de betekenis van ‘geestvervoering’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1874 [1]
enkelvoud meervoud
naamwoord trance trances
verkleinwoord - -

Zelfstandig naamwoord

trance v/m

  1. een dissociatief verschijnsel waarbij iemand een ander bewustzijnsniveau heeft en waarbij het persoonlijke identiteitsgevoel verminderd kan zijn
  2. een muziekgenre
Vertalingen

Gangbaarheid

98 % van de Nederlanders
96 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen


Spaans

enkelvoud meervoud
trance trances

Zelfstandig naamwoord

trance m

  1. trance