Naar inhoud springen

tolbaas

Uit WikiWoordenboek
  • tol·baas
enkelvoud meervoud
naamwoord tolbaas tolbazen
verkleinwoord tolbaasje tolbaasjes

detolbaasm

  1. ambtenaar die werkt bij een tol
    • Aan dien tol behoeven de wielrijders geen tolgeld te betalen, maar daar tegenover is de tolbaas ook niet verplicht den boom te openen; dit mogen de wielrijders zelven doen en moeten daartoe vrijelijk in de gelegenheid worden gesteld. [2] 
79 %van de Nederlanders;
71 %van de Vlamingen.[3]