toezingen

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • toe·zin·gen
Woordherkomst en -opbouw
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
toezingen
zong toe
toegezongen
klasse 3 volledig

Werkwoord

toezingen

  1. ditransitief zich zingend tot iemand richten, gewoonlijk met lof
    • Hem werd door een bard een ode toegezongen. 

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders;
92 % van de Vlamingen.