toezien

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • toe·zien
Woordherkomst en -opbouw
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
toezien
zag toe
toegezien
klasse 5 volledig

Werkwoord

toezien

  1. inergatief gadeslaan, zien gebeuren
    • De muziekindustrie zag tandenknarsend toe hoe de inkomsten daalden. 
  2. inergatief ~ dat: nauwlettend in de gaten houden dat iets gebeurt
    • De provincie en gemeente gaan erop toezien dat de voorschriften worden nageleefd. 
  3. inergatief ~ of: nauwlettend in de gaten houden of iets gebeurt
    • De fiscus ziet streng toe of geen onterechte aftrekposten worden opgevoerd. 

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders
99 % van de Vlamingen.