toepasbaar

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • toe·pas·baar
Woordherkomst en -opbouw
stellend vergrotend overtreffend
onverbogen toepasbaar toepasbaarder toepasbaarst
verbogen toepasbare toepasbaardere toepasbaarste
partitief toepasbaars toepasbaarders -

Bijvoeglijk naamwoord

toepasbaar

  1. de mogelijkheid hebbend om te worden gebruikt in de praktijk
    • De stelling van Pythagoras is toepasbaar in de landmeetkunde voor het berekenen van afstand. 
Synoniemen

Gangbaarheid