tipi

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Twee tipi's.

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ti·pi
enkelvoud meervoud
naamwoord tipi tipi's
verkleinwoord tipietje tipietjes

Zelfstandig naamwoord

tipi m

  1. een tent tent met een puntdak die o.a. gebruikt wordt door de Noord-Amerikaanse indianen
    • Hij is zo gefascineerd door de indianen dat hij een echte tipi aangeschaft heeft. 
Vertalingen

Gangbaarheid

83 % van de Nederlanders;
87 % van de Vlamingen.[1]

Meer informatie

Verwijzingen

  1. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be


Engels

Uitspraak
  • IPA: /ˈtiːpi/
enkelvoud meervoud
tipi tipis

Zelfstandig naamwoord

tipi

  1. tipi


Frans

Uitspraak
enkelvoud meervoud
zonder lidwoord met lidwoord zonder lidwoord met lidwoord
  tipi     le tipi     tipis     les tipis  

Zelfstandig naamwoord

tipi m

  1. tipi


Spaans

Zelfstandig naamwoord

tipi m

  1. tipi