timmerhout

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • tim·mer·hout
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord timmerhout -
verkleinwoord - -

Zelfstandig naamwoord

timmerhout o [2]

  1. hout dat geschikt is voor timmerwerk
Uitdrukkingen en gezegden
  • Alle hout is geen timmerhout


Meer informatie

Verwijzingen
  1. etymologiebank.nl
  2. Woordenboek der Nederlandse taal