tientjeslid

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • tien·tjes·lid
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord tientjeslid tientjesleden
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

tientjeslid o

  1. iemand die ergens ondersteunend lid van is en daarvoor een tientje betaald zonder enige contraprestatie te ontvangen
    • Intussen voeren heel wat theater- en dansgroepen een echte strijd: eentje op leven en dood. De Toneelschuur Haarlem zoekt donateurs om het productiehuis te behouden, het Onafhankelijk Toneel vraagt zijn publiek om legaten, het Scapino Ballet deelde laatst na de voorstelling Pearl folders uit met daarop de tekst 'Word nu tientjeslid van Scapino'.[1] 

Gangbaarheid

Verwijzingen

  1. Volkskrant HEIN JANSSEN 20 april 2012