tetanus

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • te·ta·nus
Woordherkomst en -opbouw
  • Leenwoord uit het Latijn, in de betekenis van ‘tonische kramp’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1734 [1]
enkelvoud meervoud
naamwoord tetanus -
verkleinwoord - -

Zelfstandig naamwoord

tetanus m

  1. (medisch) een infectieziekte die door een gifstof leidt tot spierspasmen
Vertalingen

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders;
97 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen