terugdringing

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen


Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • te·rug·drin·ging
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord terugdringing terugdringingen
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

terugdringing v

  1. het verminderen van iets dat wijdverbreid is
     Het kabinet haalt op een aantal gebieden te weinig uit de huidige coronacrisis. Dat vindt Oxfam Novib. Volgens de hulporganisatie is deze crisis uitermate geschikt om een omslag af te dwingen naar een duurzamere economie, terugdringing van belastingontwijking en daarmee het tegengaan van de extreme ongelijkheid.[1]
     Dat meer mensen thuiswerken heeft ook gevolgen voor de vraag naar olie. In de de nieuwste aflevering van podcast POEN gaat het over blijvende veranderingen door de coronacrisis. Wat betekent die andere manier van werken en leven voor de olie-industrie? En leidt de crisis tot een snellere terugdringing van contant geld?[2]
Synoniemen

Gangbaarheid


Verwijzingen

  1. Bronlink Weblink bron “Hulporganisatie Oxfam Novib: kabinet laat kans op omslag liggen” (20 mei 2020), Reformatorisch Dagblad
  2. Bronlink Weblink bron “Provider VodafoneZiggo laat medewerkers ook na pandemie meer thuiswerken” (27/10/2020), NOS