tersluiks

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ter·sluiks
Woordherkomst en -opbouw
stellend vergrotend overtreffend
onverbogen tersluiks tersluikser tersluikst
verbogen tersluikse tersluiksere tersluikste
partitief tersluiks tersluiksers -

Bijvoeglijk naamwoord

tersluiks

  1. op onopgemerkte wijze, in het verborgene
    • Die tersluikse veranderingen in dat artikel hebben er een aardige tijd gestaan, maar nu zijn ze verwijderd. 
Synoniemen
Afgeleide begrippen
Vertalingen

Bijwoord

tersluiks

  1. op tersluikse wijze
    • Hij trachtte tersluiks wat zout in haar koffie te doen, maar de kwade aap werd gelukkig betrapt. 
Vertalingen

Bijvoeglijk naamwoord

tersluiks

  1. partitief van de stellende trap van tersluik

Gangbaarheid

72 % van de Nederlanders;
72 % van de Vlamingen.

Verwijzingen