tersel

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken
1. mannetje van een roofvogelsoort
(hier: een zeearend)

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ter·sel
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord tersel tersels
verkleinwoord terseltje terseltjes

Niet in de Woordenlijst Nederlandse Taal van de Taalunie.

Zelfstandig naamwoord

tersel m

  1. (dierkunde), (valkerij) mannetje van een roofvogelsoort
    (…) de twee duide-
    Lijk jagende valken, die, zeg ik eerlijk,.
    Ons volgden van boomtop tot boomtop, altijd.
    Schreeuwend tussen beide, vrouwtje en tersel, (…)
    [3]
Synoniemen
Vertalingen

Gangbaarheid

9 % van de Nederlanders
14 % van de Vlamingen.
Verwijzingen
  1. Woordenboek der Nederlandse taal
  2. etymologiebank.nl
  3. Daalen, M. van "Hoe het opent, en doorgaat te openen" in: Nieuw Letterkundig Magazijn nr. 17 (1999); p. 38-39