telling

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • tel·ling
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord telling tellingen
verkleinwoord tellinkje tellinkjes

Zelfstandig naamwoord

telling v

  1. de handeling van het tellen
    We zullen een telling moeten houden.
  2. het resultaat van het tellen
    Deze telling klopt niet helemaal.
Hyponiemen

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders
98 % van de Vlamingen.

Meer informatie


Engels

Werkwoord

telling

  1. onvoltooid deelwoord van tell

Zelfstandig naamwoord

telling

  1. gerundium van tell