telefoonhoorn
Uiterlijk

met een telefoonhoorn in de hand- Geluid: telefoonhoorn (hulp, bestand)
- IPA: / ˌteləˈfonhorᵊn / (4 of 5 lettergrepen)
- te·le·foon·hoorn
- samenstelling van telefoon en hoorn
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | telefoonhoorn | telefoonhoorns telefoonhoornen |
| verkleinwoord | telefoonhoorntje | telefoonhoorntjes |
de telefoonhoorn m
- dat deel van een telefoontoestel dat de microfoon en de luidspreker bevat
- Tot de komst van de draagbare telefoons moest de telefoonhoorn altijd op de haak terugleggen.
- Het woord telefoonhoorn staat in de Woordenlijst Nederlandse Taal van de Nederlandse Taalunie.