Naar inhoud springen

tea

Uit WikiWoordenboek
  • tea
  • van het Engels
vervoeging van
teaën

tea

  1. eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van teaën
    • Ik tea. 
  2. gebiedende wijs van teaën
    • Tea! 
  3. (bij inversie) tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van teaën
    • Tea je? 


  • tea
  • Ontleend aan Nederlands thee, aangetroffen vanaf ca. 1655 [1], met de toenmalige uitspraak [tʰɛː].
enkelvoud meervoud
tea teas

tea

  1. (drinken) thee
  • Not my cup of tea
Niet mijn pakkie-an, niet datgene wat mij ligt
  1. Bronlink Weblink bron tea in: Oxford English Dictionary, second edition (1989) op oed.com (achter een betaalmuur)